Sponsorbezoek Albanië Ton en Dieuwke de Vries

Hoop en perspectief

Ton de Vries en zijn dochter Dieuwke bezochten in juli hun twee sponsorkinderen in Albanië. Zij vertellen over hun ervaringen.

“Het is warm en uitlaatgassen zorgen voor een benauwde sfeer in Tirana, de hoofdstad van Albanië. We worden overweldigd door de armoede om ons heen; de weg bestaat meer uit kuilen dan uit asfalt en overal staan lelijke, oude gebouwen.

Aangekomen in het hotel waar we overnachten, zoeken we naar een telefoon om de contactpersoon van Zending over Grenzen in Dürres te bereiken. Morgen zullen we namelijk onze sponsorkinderen Ervin en Mirandi Haruni bezoeken. Na verschillende pogingen en twee telefoons bereiken we onze contactpersoon Arjan.

Eeuwigdurende reis

De volgende dag nemen we de bus naar Dürres. Het is een snikhete, vermoeiende en eeuwigdurende reis. We komen aan bij iets wat moet doorgaan als busstation en nemen daar een taxi naar de straat waar Zending over Grenzen is gevestigd. Nergens vinden we straatnamen, laat staan huisnummers. De taxichauffeur stopt en deelt mee dat dit de straat is. De straat is uitgestorven en de enkeling die we zien spreekt geen Engels. In een café belt één van de mannen onze contactpersoon. Twee minuten later komt Arjan ons halen.

Stroopwafels

Op het kantoor dat even verderop is, maken we kennis met een administratieve kracht die direct voor koffie zorgt. Zij is erg blij met de 15 pakken stroopwafels die we haar geven en geeft ons een rondleiding op kantoor en zien foto's van projecten, gezinnen en kinderen die gesponsord worden. Alles is sober; de behuizing is klein en elke vierkante meter wordt benut.

Stenen hutje

Even later stappen we in de auto, op weg naar Ervin en Mirandi. Na ongeveer een half uur komen we in een nabijgelegen dorpje met redelijk onderhouden huizen. Helaas stopt de auto niet daar, maar even verderop bij een stenen hutje, te mooi om krot genoemd te worden, maar te armoedig voor een huisje. De 15-jarige Ervin is een stille jongen; hij komt verlegen over. Volgens Arjan mist hij zijn overleden moeder nog steeds erg. Zijn 20-jarige broer Mirandi is een stuk opener en vrolijker.

Onwennig

Geen van de jongens spreekt Engels; Arjan vertaalt. Het huisje bestaat uit een woonkamer met tv, en iets wat een badkamer moet voorstellen. In de slaapkamer staat een groot bed met wat lappen en oude dekens. Daar staan ook de koelkast en de wasmachine en een wastafel met een koudwaterkraan; en een brander om op te koken. Wat onwennig zitten we samen in de woonkamer. Moeizaam komt het gesprek op gang. De zus van de jongens is dit jaar getrouwd en blijkt zwanger te zijn. Deze zomer hoopt ze haar broers te bezoeken. Boven de deur hangt een foto van hun overleden moeder. Hun vader is aan de drugs en zit in de gevangenis. Ze willen geen contact meer met hem.

Werkloos

Dieuwke en ik voelen ons opgelaten en vinden het een beetje gênant te midden van hun armoede te blijven. We stellen voor ergens wat te eten en de chauffeur brengt ons naar een restaurant middenin de wildernis. De jongens willen alleen wat drinken: iedereen neemt een cola. We praten over de toekomst en hun dromen. Ervin kan in het dorp geen vast werk vinden, elke keer wordt hij na drie maanden ontslagen; dat scheelt de werkgever kosten. Zo blijft Ervin werkeloos en zonder perspectief. Als Mirandi zijn school heeft afgemaakt, willen ze naar Dürres om daar hun geluk te beproeven.

Hoop

Met een gemengd gevoel nemen we afscheid en keren we terug naar Dürres. We hebben veel respect gekregen voor Arjan en zijn collega's. Tegen de stroom in helpen zij gezinnen en kinderen die hard hulp nodig hebben; zij bieden perspectief en hoop.”